

Musiscoop
Japan
Van Nederland naar Japan en zo de hele wereld rond.
De eerste toverlantaarn werd rond 1800 door Nederlanders naar Japan gebracht. Het apparaat was in die tijd nog niet verder ontwikkeld dan een kaarsje en een enkelvoudige lens.
In Japan en in het Westen is gezocht naar manieren om de projectiebeelden tot leven te laten komen, om ze levensechter te maken en te laten bewegen. De ontwikkeling is twee heel verschillende kanten opgegaan.
In het Westen werden aan het metalen projectieapparaat steeds meer technische hulpmiddelen toegevoegd. Uiteindelijk ontstond hieruit de filmprojector. In Japan bleef de inwendige techniek eenvoudig en werden lichte houten dozen gebouwd zodat de projectoren gemakkelijk in de hand gedragen konden worden. Bijvoorbeeld, om een vis te laten zwemmen beweegt een speler vanachter het scherm een projector omhoog en omlaag en van links naar rechts. Voor complexe beelden gebruikt men meerdere projectoren. In Japan wordt deze techniek nog steeds door theatergroep Minwaza toegepast.
Ida Lohman was bij Minwaza in de leer gegaan, en heeft de toverlantaarntechniek-op-Japanse-wijze mee terug naar Nederland genomen.
In de voorstelling Groot Licht Circus gebruikte zij een combinatie van de Westerse en de Japanse technieken tegelijkertijd.
De cirkel zou rond zijn als deze voorstelling in Japan zou kunnen spelen.




