Musiscoop

laterna magica

De twee linker toverlantaarns zijn ‘gewone’ toverlantaarns. Al in de 19e eeuw werden met deze simpele techniek bewegende beelden geprojecteerd door bijvoorbeeld langs een stilstaande glasplaat met een haven een tweede glasplaat met een bootje te schuiven. Zo voer het bootje de haven in. In het westen is deze projector ontwikkeld tot de filmprojector.
In Japan is de ontwikkeling een hele andere kant opgegaan, daar werd (en wordt) de lantaarn van lichtgewicht hout gemaakt en achter het scherm met de hand gedragen. Deze techniek heet Utsusi-e.
Ida Lohman gebruikte oude en nieuwe technieken, Europese en Japanse technieken en mengde alles door elkaar. Ze experimenteerde er naar hartelust op los en verzon vernuftige oplossingen om de projectiebeelden in beweging te krijgen. Drie beeldlagen langs elkaar creëren een modern abstract moiré effect. Wasknijpers, kralen en touw vormen minuscule marionetten. Echt zand wordt gebruikt voor een zandlopervulkaan. Door aan een touwtje te trekken gaat de schildpad (uitgesneden uit het groene dopje) rondtollen en door aan de gekleurde strook te schuiven verandert deze schildpad van kleur.
Tijdens de voorstelling brengen de spelers met vingerbewegingen de beeldplaten in de toverlantaarn tot leven. Of ze projecteren met drie toverlantaarns tegelijkertijd (linkerfoto). In de nieuwe voorstelling Groot Licht Circus loopt een speler met een gemoderniseerde Utsusi-e lantaarn heen en weer. Daardoor springen de circusdieren over een acht meter breed projectiescherm alle kanten op.